De bouw en innoveren (met ICT)

Innovatie bouw klanten
Gepubliceerd op: 09-01-2018

De bouw innoveert wel degelijk. Ondanks dat de perceptie misschien anders is, wordt er keihard gewerkt aan nieuwe initiatieven, mede ondersteund met ICT. De uitdaging is om deze verbeterprocessen vast te houden. Wij denken te weten hoe.

De bouw en innoveren

Perceptie

De bouw en innoveren; het blijft een moeilijk huwelijk. Van de bouw wordt gezegd dat zij een traditionele sector is. Door dit maar vaak genoeg te herhalen, zou je het nog gaan geloven ook.

Als je als buitenstaander tegen de bouw aankijkt. Wat zie je dan?

  1. Het duurt lang voordat je een vergunning hebt.
  2. Het duurt nog langer voordat het gebouwd is.
  3. Je hebt als klant geen idee of je ook dat krijgt wat je bedoelt.
  4. Het is altijd duurder dan dat je verwacht
  5. Er worden nog steeds stapels stenen gebruikt.
  6. Veranderingen die jij wilt, zijn nu net niet mogelijk

 

Maar de bouw is wel degelijk bezig om op een andere manier te werk te gaan.

Opwaartse spiraal, meer innovatie, meer geld

Innoveren betekent investeren. Innoveren doe je niet alleen omdat het zo leuk is. Ieder heeft hier zo zijn eigen drijfveren voor.

Ik ga er vanuit dat innovatie voortvloeit uit de wil om de beste oplossing voor de klant te bieden.

Door de beste oplossing voor de klant te bieden, ben je in staat om onderscheidend te zijn. Door onderscheidend te zijn, ben je in staat om ook zelf een betere prijs te kunnen rekenen. Hiermee is het mogelijk om nieuwe innovatie te kunnen financieren.

Innovatie zorgt dus voor een opwaartse spiraalbeweging.

Hoe fijn is dat. Werken met klanten die tevreden zijn, nieuwe processen en technieken toepassen én meer geld verdienen.

 

Wat klanten vroeger wilden

In de tijd dat mijn opa nog een bouwbedrijf had (Bouwbedrijf ’t Lam in Leerdam), was het leven nog simpel.

Je wilde een huis bouwen. Dat was bedoeld om in te wonen. Door de bank genomen kregen de mensen zo’n vier tot vijf kinderen. Dat hield toch wel in dat je dan in ieder geval drie tot vier slaapkamers nodig had.

Een goede keuken, een bijkeuken (spoellokaal) en een woonkamer. In de kamer en misschien ook wel in de keuken een rookkanaal, voor de kachel. Warm water in de douche en in de keuken met behulp van een geiser. O ja, en een telefoon in de gang.

En onder de trap een droge kelder voor de opslag van etenswaren die koel moeten blijven.

Voor al deze wensen, maakte opa een prijs. Na overeenstemming gingen ze aan de slag. Met het uitzetwerk, het betonstorten, kozijnen maken, kozijnen stellen, muren metselen, trappen bouwen, kappen zetten, dakpannen leggen. Allemaal met eigen mensen, timmerlieden en metselaars.

Voor de installatie van stroom (nu elektriciteit), water en gas, werd al wel een installateur ingehuurd.

Het was overzichtelijk. Weinig tot geen coördinatie en een globale planning. Maar de (wettelijke) eisen waren dan in de 20ste eeuw wel een beetje anders dan nu.

Wat klanten tegenwoordig willen

Laten wij vooropstellen dat het niet altijd gemakkelijk is om dé gemiddelde klant te vinden. Om dat voor de woningbouw dan toch maar te doen, gaan wij volgens het CBS gemiddelde gezin uit.

Wie of wat is de klant

Aantallen

Het eerste wat opvalt: Het is nu begin 2018. CBS is een cijferfabriek en heeft de cijfers t/m 2016 beschikbaar.

Vanaf 1995 is het aantal huishoudens met 1,2 miljoen gegroeid. De groei wordt voornamelijk veroorzaakt door eenpersoons huishoudens, totaal zo’n 800.000.

Daarnaast zie je dat het aantal huishoudens met drie of meer personen, slechts 29,58% is. Wat ik mij dan afvraag: Hoeveel huizen worden er gebouwd die geschikt zijn voor meer dan drie personen? Is dat niet veel meer dan die 30%?

 

Als het gaat om bedrijven, is het altijd de vraag welke ervaring is het verleden is opgedaan. Stel dat er al veel ervaring is opgedaan met het bouwen van agrarische gebouwen incl. bewaarcellen voor appel- en perenbedrijven, dan is dat een doelgroep waar veel specifieke vakkennis kan worden toegevoegd aan de waarde van het gebouw. De aannemer is dan in staat om met de ondernemer mee te denken.

In het groot, is dit ook het geval, bijvoorbeeld bij het bouwen van een ziekenhuis.

 

Toegevoegde waarde in een gebouw

Gebouwen zijn inmiddels al lang niet meer alleen de muren om een ruimte heen. Ik lees bijvoorbeeld in het boek ‘De wereld van morgen’ van Richard van Hooijdonk, hele inspirerende zaken over intelligente gebouwen. In deze intelligente gebouwen zijn wij in staat om beter te werken, ons beter te kunnen ontspannen.

Deze gebouwen staan via techniek ‘in contact’ met onszelf. De eerste toepassingen hiervan, zoals een Nest-thermostaat en aanpasbare verlichting wordt al steeds meer toegepast.

Alle techniek die nodig is om aan de klantwens te voldoen, is echter niet alleen het kennisdomein van de aannemer. Hiervoor zal moeten worden samengewerkt met co-makers die deze wensen kunnen vertalen in concrete technische toepassingen.

De aannemers / projectontwikkelaar moet de klant hierin echter wel helpen. De aannemer die onderscheidend wil zijn naar haar klanten, is er dus niet met het voorstellen van een paar meer- en minderwerkopties is de vorm van buitenkranen, dakramen, erkers, etc.

Nee het moet gaan om klantbeleving.  De klant moet zich kunnen inleven in de nieuwe situatie. Denk al snel in AR- en VR-oplossingen.

 

Innovatie start met klanten

Economisch perspectief

Innoveren vindt niet plaats, alleen om het innoveren zelf. Er dient een duurzaam doel mee gediend worden. Alleen dan is er continuïteit te verwachten.

Zelf geloof ik wel dat bedrijven zich continue moeten blijven verbeteren. Dat kunnen interne proces-innovaties zijn. Maar ook technologische, of veranderingen vanwege wet- en regelgeving. Denk in dit verband bijvoorbeeld aan de Wet Kwaliteitsborging Bouw. Hiervoor is best wat ICT-innovatie voor nodig om dit goed aan te kunnen tonen.

Door leveranciers worden op allerlei verschillende manieren, technische innovaties over de aannemers uitgestort. Dit is prima, alleen is het niet mogelijk dat alle innovaties ook daadwerkelijk voor de aannemer worden opgepikt. Het is nodig om te selecteren.

Er zijn allerlei soorten innovaties, vanuit financieel perspectief, technologisch, organisatorisch, HRM- of economisch perspectief.

Mij spreekt het economisch perspectief het meeste aan. Economie = Geld. Geld moet rollen. En als geld rolt, dan smeert dat de innovaties op andere gebieden ook.

 

Co-creatie

Ik ga er vanuit dat duidelijk is wie de klant (of klantgroepen) is of moet zijn. Stel dat je niet weet op welke klanten je de innovatie gaat richten, dan is het zonde-geld. Innovaties richten zich op de processen binnen en buiten het bedrijf, niet op de projecten. Het is dus voor mij een innovatie, wanneer de nieuwe manier van werken op alle projecten binnen het gekozen segment toegepast gaat worden.

Op basis van dit beeld, is het mogelijk om na te denken welke klantbeleving aangeboden gaat worden. Het ontwikkelen ervan kan zelfstandig. Maar juist als het nieuw is, is het verstandig om dit samen met potentiële klanten te doen.

Op basis van de klantvraag is het mogelijk om alternatieven uit te werken, samen met co-makers (de nieuwe term voor belangrijke onderaannemers, maar wel met een andere positievere gevoelslading).

Voor het uitwerken en presenteren van deze alternatieven zal BIM gebruikt gaan worden. Juist in deze fase is modelleren en visualiseren de basis.

Met het kiezen van co-makers, is het mogelijk te investeren in ICT-innovatie. Niet alleen voor de communicatie intern, maar juist ook met de co-makers. Deze beperkt zich niet tot het uitwisselen van de modellen, maar juist ook over het gezamenlijk opbouwen en uitwisselen van informatie.

Door samen na te denken over het gezamenlijke belang, het dominante ketenprobleem, is het ook mogelijk hier een duurzame ICT-oplossing voor te vinden, samen te stellen of te bouwen.  En misschien is er geen probleem. Dan bent u gelukkig met de situatie zoals ze is.

 

Samenvattend: innovatie, de klant centraal

 

Innoveren is een investering. Een goede investering levert geld op. Dat weet iedere ondernemer. Een goede investering is wat mij betreft een investering waarbij er een haarscherp klantbeeld is.

Dat is niet van vandaag op morgen gerealiseerd. Het is een manier van denken. Die kan ook bottum-up worden gevoed met investeringen, o.a. in ICT.

Het grote gevaar is dat er ICT-investeringen plaatsvinden, zonder een goede borging. Het beperkt zich dan tot het in gebruik nemen van een ICT-tool. Zodra de markt aantrekt en de omzetdruk toeneemt, ontstaan er een mechanismes waardoor de gedane ICT-investeringen niet worden uitgeput, of zelfs in de ijskast belanden.

Met alle goede bedoelingen ten spijt.

ICT voegt alleen wat toe, als het een door het management gewilde innovatie ondersteund die zonder deze ICT niet plaats kan vinden. Bedrijven zullen dit soort ICT-projecten dan ook altijd prioriteit blijven geven.

 

Auteur: Gert Koutstaal

 

UA-92796836-1